Wie heeft voorrang

Broers en zussen

Hebt u al een kind op de school? Dan hebben broers en zussen voorrang bij inschrijvingen. Zij kunnen als eersten inschrijven in het 1ste jaar BuSO. Ga naar de school tussen 4 en 15 januari 2021. Daarna hebben broers en zussen geen voorrang meer. Ook kinderen van personeel schrijven dan in. Eerst hebben broers en zussen voorrang. Daarna hebben kinderen van personeelsleden van de school voorrang.

Kinderen van schoolpersoneel

Werkt u op de school waar u uw kind wilt inschrijven? Dan heeft uw kind voorrang bij de inschrijvingen in het 1ste jaar BuSO. Ga naar de school tussen 4 en 15 januari 2021. Daarna hebben kinderen van personeel geen voorrang meer. Ook broers en zussen van al ingeschreven leerlingen, schrijven dan in. Eerst hebben broers en zussen voorrang. Daarna hebben kinderen van personeel van de school voorrang.

Nederlandstalige ouders

Leerlingen met minstens 1 ouder die voldoende Nederlands spreekt, hebben voorrang bij de inschrijvingen. Deze voorrang geldt voor 55% van de plaatsen.

Er is geen voorrang voor GOK- of niet-GOK-leerlingen.

Zelfde campus

Gaat uw kind van het buitengewoon basisonderwijs naar het buitengewoon secundair onderwijs op dezelfde campus? Dan heeft uw kind voorrang in dezelfde school.

  • KoninkIijk instituut Woluwe BuSO
  • Kasterlinden
  • Heemschool II
  • Cardijnschool Anderlecht

Wat zijn ‘broers en zussen’?

Broers en zussen van reeds ingeschreven leerlingen zijn:

  • Broers en zussen (met 2 gemeenschappelijke ouders); hun adres is niet belangrijk.
  • Halfbroers en halfzussen (met 1 gemeenschappelijke ouder); hun adres is niet belangrijk.
  • Kinderen die op hetzelfde adres wonen, maar geen gemeenschappelijke ouder(s) hebben.

Hoe kom ik in aanmerking voor de voorrang Nederlands?

U bezorgt de school 2 soorten documenten:

  1. een document over de kennis van het Nederlands
  2. een document over de relatie tussen ouder en de leerling
     

1. Kennis van het Nederlands:

U bewijst uw kennis van het Nederlands met 1 van deze documenten:

  • een Nederlandstalig diploma van minstens secundair onderwijs of een gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs
  • een Nederlandstalig getuigschrift van het 2de jaar van de 3de graad van het secundair onderwijs, of een gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs
  • een bewijs dat u minstens niveau Nederlands B2 heeft:
    • een studiebewijs van een school, erkend door de Vlaamse Gemeenschap
    • of een niveau-attest van het Huis van het Nederlands
  • een SELOR-attest van voldoende kennis van het Nederlands
  • een bewijs dat u 9 jaar regelmatig les heeft gevolgd in het Nederlandstalig lager en secundair onderwijs (een attest van de betrokken scholen)

 

2. Relatie tussen de ouder en de aangemelde leerling:

De houder van het diploma moet een ouder zijn van de leerling. U bewijst deze relatie met of een kopie van het kids-ID of een geboorteakte of een uittreksel uit het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister. Deze documenten zijn te verkrijgen bij uw gemeentebestuur.

Ik spreek voldoende Nederlands, maar ik heb geen documenten (diploma, getuigschrift …) als bewijs. Wat moet ik doen?

U contacteert het Huis van het Nederlands. U zegt dat u uw kind wilt inschrijven in een Nederlandstalige school. U krijgt een afspraak voor een test. Dan krijgt u een bewijs van uw taalniveau Nederlands. U moet minstens niveau B2 hebben. Kijk ook op de onderwijswebsite van de Vlaamse Overheid.

Controleert de school mijn documenten?

Ja. Krijgt u voorrang Nederlands? Dan moet u dat bewijzen met een document. Bij uw aanmelding vraagt de school de documenten. Bezorg uw documenten zo snel mogelijk aan de school. Als de documenten correct zijn, dan krijgt uw kind voorrang. Als de documenten niet correct zijn, dan krijgt uw kind geen voorrang.