Wie heeft voorrang

Broers en zussen

Hebt u al een kind op de school? Dan hebben broers en zussen voorrang. Zij kunnen als eersten inschrijven tussen 7 en 18 februari 2022. Let wel: na de voorrangsperiode hebben broers en zussen geen voorrang meer. Ook kinderen van personeel schrijven in tijdens deze periode. Eerst hebben broers en zussen voorrang. Daarna hebben kinderen van personeel van de school voorrang, zolang er plaats is.

Kinderen van schoolpersoneel

Werkt u op een school? Dan heeft uw kind voorrang om in te schrijven in deze school. Contacteer de school tussen 7 en 18 februari 2022. Na deze periode hebben kinderen van personeel geen voorrang meer. Ook broers en zussen van leerlingen die al naar de school gaan, schrijven in tijdens deze periode. Eerst hebben broers en zussen voorrang. Daarna hebben kinderen van personeel van de school voorrang, zolang er plaats is.

Nederlandstalige ouders

Leerlingen met minstens 1 ouder die voldoende Nederlands spreekt, hebben voorrang om in te schrijven. Deze voorrang geldt voor 55% van de plaatsen. Wil u in aanmerking komen voor deze voorrang, bezorg de school dan de nodige bewijsdocumenten bij de aanmelding of inschrijving.

Komt u in aanmerking voor de voorrang Nederlands, breng dan ook een bewijs mee dat het gezin een schooltoeslag (Groeipakket) kreeg in het schooljaar 2020-2021 of het schooljaar 2021-2022 (indien van toepassing).

GOK-/niet-GOK leerlingen

GOK betekent ‘gelijke onderwijskansen’. Er is geen voorrang voor GOK- of niet-GOK-leerlingen in het buitengewoon kleuter- en lager onderwijs.

 

Wat zijn ‘broers en zussen’?

Broers en zussen van reeds ingeschreven leerlingen zijn:

  • Broers en zussen (met 2 gemeenschappelijke ouders); hun adres is niet belangrijk.
  • Halfbroers en halfzussen (met 1 gemeenschappelijke ouder); hun adres is niet belangrijk.
  • Kinderen die op hetzelfde adres wonen, maar geen gemeenschappelijke ouder(s) hebben.

Hoe kom ik in aanmerking voor de voorrang Nederlands?

U bezorgt de school 2 soorten documenten:

  1. een document over de kennis van het Nederlands
  2. een document over de relatie tussen ouder en de leerling

1. Kennis van het Nederlands:

U bewijst uw kennis van het Nederlands met 1 van deze documenten:

  • een Nederlandstalig diploma secundair onderwijs, of een gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs
  • een Nederlandstalig getuigschrift van het 2de jaar van de 3de graad van het secundair onderwijs, of een gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs
  • een bewijs dat u minstens niveau Nederlands B2 heeft:
    • een studiebewijs van een school, erkend door de Vlaamse Gemeenschap
    • of een niveau-attest van het Huis van het Nederlands
  • een SELOR-attest van voldoende kennis van het Nederlands
  • een bewijs dat u 9 jaar regelmatig les heeft gevolgd in het Nederlandstalig lager en secundair onderwijs (een attest van de betrokken scholen)

2. Relatie tussen de ouder en de aangemelde leerling:

De houder van het diploma moet een ouder zijn van de leerling. U bewijst deze relatie met een uittreksel uit het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister. Deze documenten zijn te verkrijgen bij uw gemeentebestuur.

Ik spreek voldoende Nederlands, maar ik heb geen documenten (diploma, getuigschrift,…) als bewijs. Wat moet ik doen?

 U contacteert het Huis van het Nederlands. U zegt dat u uw kind wilt inschrijven in een Nederlandstalige school. U krijgt een afspraak voor een test. Dan krijgt u een bewijs van uw taalniveau Nederlands. U moet minstens niveau B2 hebben.

Kijk ook op de onderwijswebsite van de Vlaamse Overheid.

Controleert de school mijn documenten?

Ja. Krijgt u voorrang Nederlands? Dan moet u dat bewijzen met een document. Bij uw aanmelding vraagt de school de documenten. Bij uw inschrijving neemt u de documenten mee naar de school. Als de documenten correct zijn, dan krijgt uw kind voorrang. Als de documenten niet correct zijn, dan is uw kind de voorrang kwijt.